Telkens ga je weer, ook al ken je de bezwaren. Niet elke
dichter is goed verstaanbaar. Sommige poëzie is beter te lezen dan te beluisteren. De muziek tussendoor is soms echt veel en veel te hard – en toch ga je weer.
Naar de Nacht van de Poëzie. Dit jaar in Utrecht was de 43
ste editie.
Gastheer Piet Piryns, met zijn verrukkelijke basstem en Vlaamse tongval,
kondigt aan dat debutanten bibberen in de coulissen, en spreekt de hoop uit dat
zij zich niet te veel moed indrinken. Piryns’ al even indringend gevooisde
counterpart Ester Naomi Perquin houdt het publiek voor dat, bij twijfel over
wel of niet een discobal, je altijd moet kiezen voor: wel een discobal.
Waarmee een stille hommage werd gebracht aan de onlangs overleden Paulien Cornelisse.
Het publiek is gewaarschuwd. Als steeds treft het contrast
tussen het hevige, rumoerige enthousiasme van de zaal en de indrukwekkende
stilte waarmee de vertolkte poëzie wordt verwelkomd. Soms respectvol, bij
gedichten die waarschijnlijk beter nog eens kunnen worden gelezen, zoals van
Anne Vegter, soms kokend van ingehouden uitzinnigheid bij een spoken word
artist als Dean Bowen. Heeft iedereen elk woord verstaan en begrepen? Vast
niet. De gedrevenheid van de dichter evenwel laat weinigen onberoerd.

Het best werkt toch een duidelijke betekenis, poëtisch verpakt,
met de ondertoon van (zelf)spot, humor en lichtheid, zeker in combinatie met
‘zware’ thema’s. Grootmeester in het genre is good old Anton Korteweg. De
rollator van de laatste jaren is noodgedwongen ingeruild voor een
rolstoel, maar een beenbreuk heeft hem niet gebroken - integendeel, hij performt met verve,
met als uitgangspunt: moedig neerwaarts, veel erger wordt het niet. Ook het
optreden van Jurrian van Dongen die liedteksten schrijft voor Het klokhuis, ernstig
en licht, komt uitstekend tot zijn recht.
En de entr’acts? Jenny Arean en Cor Bakker die de zaal
historisch-cultureel verantwoord meenemen naar een uitvaart in de Amsterdamse
Jordaan in 1905, die na een borreltje heel anders verloopt dan verwacht. Kolderiek was een muzikaal-clownesk optreden, dat eindigde met tapdansen op klompen, schaatsen en ski's (!). Een duo
dat met clavecimbel en countertenor-zang middels 18de eeuwse muziek
het publiek op de banken krijgt. Arjen Lubach die liedjes zingt met
gitaarbegeleiding en ten slotte Merel Pauw. Energie kan haar niet worden
ontzegd. Maar het geluidsvolume deed pijn aan de oren, laat staan dat iets van
de teksten was te verstaan. Was misschien zo laat op de avond ook wel helemaal
niet meer de bedoeling.

Lucas Rijneveld weer eens op het podium zien staan en horen
voordragen voelde als een voorrecht. Om de wereld te begrijpen was hij bezig
‘gemis van vlees in inkt te gieten’. Lin An Phoa, die in 2025 de Nacht besloot,
trapte dit jaar af met een prachtig uitgebreid en getailleerd program voor een
helder hoofd en een platte buik en nog een paar dingen, dodelijk complex en dat dan: “om
rustig te worden”. De Nacht bood, kortom, troost
in alle denkbare geledingen – net als poëzie zelf.
Dat klonk ook door in het uitnodigende motto van deze
43ste keer: ‘Wees niet verdrietig, hier is de nacht’. Een regel van
Antjie Krog, die de zaal plat kreeg met haar weergaven van dierengeluiden uit
Afrika, compleet met illustraties en vertalingen. Er was de Nacht, en we waren
niet verdrietig. Volgend jaar gaan we weer.
Reacties
Een reactie posten