Het onweerstaanbare gekrabbel van J.H. Leopold
In de marge van het Art nouveau festijn in Den Haag gaat in augustus 2026 aandacht uit naar de dichter J.H. Leopold (1865-1925). Zijn complexe, sensitieve en soms plechtstatige poëzie is lange tijd gezien als het summum van Nederlandse dichtkunst. In contrast daarmee was de terughoudendheid van de dichter jegens zijn werk. Hij schreef weinig en langzaam, en bleef onophoudelijk schaven en polijsten aan zijn gedichten. Als 'voltooid' beschouwde Leopold zijn poëzie bij voorkeur niet, zo lijkt het wel. Befaamd werd 's dichters verzuchting 'o, rijkdom van het onvoltooide'. Publiceren - en daarmee dus 'definitief' voltooien - deed de dichter schijnbaar met tegenzin. Men kan gedichten van Leopold vinden op het wereldwijde web, en zijn werk is antiquarisch overvloedig en voor weinig geld verkrijgbaar. In het kader van het betreffende festijn vindt een theaterlezing met muziek plaats, die wordt verzorgd in samenwerking met Het feest der poëzie. Een exclusieve buitenkans is een presentatie in het Literatuurmuseum, waar voor enkele belangstellenden gelegenheid is om authentiek Leopold-materiaal met eigen ogen te bekijken. Zelfs kunnen de stukken worden aangeraakt en doorgebladerd, mits de handen schoon en droog zijn.Het gaat om handschriften van Leopold, correspondentie, boeken uit zijn bezit en een schetsboekje. Uit dit laatste blijkt, dat de dichter heel aardig kon tekenen. Bij de presentatie van al deze persoonlijke documenten wordt ronduit van 'kippevel' gesproken, dat de toeschouwer ervaart bij de aanblik van bij voorbeeld het manuscript van het lange gedicht 'Cheops', dat als hoogtepunt in Leopolds oeuvre wordt beschouwd.
Kippevel of niet, zeker ondergaan de aanwezigen de historische sensatie, op het moment dat zij letterlijk in aanraking zijn met dit kwetsbare materiaal. Dankzij goede zorgen is het bewaard gebleven, en kan het meer dan honderd jaar na Leopolds dood nog worden bekeken en bestudeerd.
Kippevel of niet, zeker ondergaan de aanwezigen de historische sensatie, op het moment dat zij letterlijk in aanraking zijn met dit kwetsbare materiaal. Dankzij goede zorgen is het bewaard gebleven, en kan het meer dan honderd jaar na Leopolds dood nog worden bekeken en bestudeerd.
Het maakt ook duidelijk dat het moeilijk zo niet ondoenlijk is, om op basis van Leopolds kladaantekeningen een gedicht te (re)construeren. En al helemaal geen afgerond gedicht. In al die met potlood gekrabbelde woordjes zit wellicht een vers verscholen. Maar het zal er nooit in voltooide vorm uit te voorschijn komen. Het is een vreemde gedachte dat de dichter juist dat eigenlijk het mooiste vond.
Reacties
Een reactie posten