Was J.J. Voskuil niets?

Op 1 juli 2026 was het honderd jaar geleden dat schrijver en volkskundige J.J. Voskuil werd geboren. Ter gelegenheid daarvan vond twee dagen daarvoor, op maandag 29 juni, de feestelijke presentatie plaats van het zevende en laatste deel van Voskuils dagboeken. Dit laatste deel, getiteld Het zwijgen is het dikste van allemaal, ruim 1.100 bladzijden. Dat zwijgen moet men dus niet letterlijk nemen. 

Het is merkwaardig gesteld met Voskuils schrijverschap. Zijn eerste boek, Bij nader inzien uit 1963, behelsde het opmaken van een balans van de studietijd van een groep studenten in Amsterdam, direct na de Tweede Wereldoorlog.
Deze balans slaat ten slotte negatief door: hoofdpersoon Maarten Koning, alter ego van de auteur, moet vaststellen dat zijn intens gekoesterde, ongetwijfeld te zeer geïdealiseerde vriendschapsgevoelens ‘bij nader inzien’ illusoir zijn geweest.

Lange tijd leek Bij nader inzien Voskuils enige boek te zullen blijven. Maar zie: in 1996 begint de verschijning van Het bureau: een boekencyclus waarin minutieus het kantoorleven van Maarten Koning wordt geanalyseerd. In tegenstelling tot Bij nader inzien is Het bureau een kassucces. Dit hangt natuurlijk samen met de herkenbaarheid van de situaties op het werk voor een grote schare lezers, en Voskuil is een scherp waarnemer. Bovendien valt er - óók in tegenstelling tot Bij nader inzien - in Het bureau veel te lachen.

Beide boeken stemmen ook tot nadenken. De lezer leert Maarten Koning kennen als iemand die zich voortdurend rekenschap geeft van zijn gedachten en gevoelens, en van zijn ‘houding in de tijd’. Belangrijk in Het bureau is de rol van Maartens vrouw Nicolien, voor wie Lousje Voskuil-Haspers model staat. De wrijvingen en ruzies tussen de echtelieden krijgen veel aandacht, en ook daar kan om gelachen worden. Kán: het hoeft niet, want eigenlijk is het triest, om middels een groot aantal ‘scènes uit een huwelijk’ een eens liefdevolle verstandhouding te zien verworden tot een karikatuur. 

Bij de presentatie van het zevende en laatste deel van de dagboeken gaat het er alleen nog maar over, hoe verschrikkelijk Lousje was, hoe weinig Han Voskuil echt van haar heeft gehouden en hoe onbegrijpelijk het is dat ze bij elkaar bleven. Esther Scheldwacht en Kees Hulst wekken het gebekvecht tussen Han en Lousje in een overtuigende performance geestig tot leven. Gerbrand Bakker is zonneklaar in zijn oordeel: de toestand in huize Voskuil, blijkens dit laatste dagboekdeel, was ‘verschrikkelijk, echt verschrikkelijk’ en men vraagt zich af waarom ze niet gescheiden zijn - zeker nu gebleken is dat Voskuil geruime tijd een andere geliefde heeft gehad. 

Nadat dus de studententijd en het werkzame bestaan van Maarten Koning door J.J. Voskuil aan grondig onderzoek zijn onderworpen en afgeserveerd, volgt als triest slotakkoord de analyse van een huwelijk – ja, van het bestaan zelf: het universum van Voskuil is klaarblijkelijk gereduceerd tot een zorgvuldig gedocumenteerde rampzalige mislukking. Dat onder de streep zo weinig overblijft vergt het uiterste van de lezer. Onwillekeurig komt een uitlating van Maarten Koning zelf in gedachten: “De enige conclusie die hij zag was dat hij niets was. Bij die gedachte mengde zich enig medelijden met zichzelf, maar niet genoeg om er plezier aan te beleven.”

Reacties

Populaire posts van deze blog

Nop Maas (1949-2026)

De lucht in tot besluit

Gemengde gevoelens in Zwolle