Jaarvergadering van de Maatschappij

De thuisblijvers hadden weer eens ongelijk.

Te Leiden vond op 13 juni 2026 de jaarvergadering plaats van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, en het was de moeite waard deze bij te wonen. Tijdens het huishoudelijk gedeelte werd in minder dan een uur tijd een agenda afgewerkt van zevenentwintig punten. Alleen al daarvoor verdienen de voorzitter en andere bestuursleden alle waardering. Een plechtig moment was het voorlezen van de namen der onlangs gestorven leden van de Maatschappij, en aansluitend een minuut stilte om hen in gezamenlijkheid te gedenken.  

Het plenaire gedeelte van de middag behelsde de jaarrede, die ditmaal werd verzorgd door de voorzitter van de Maatschappij. Hij sprak over Duitse publicaties over Nederland, die vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog onze oosterburen een impressie verschaften van Nederland, de Nederlanders en de mate van ‘verwantschap’ met Duitsland en zijn bewoners.  

Aansluitend volgde een symposium over de ‘Toekomst van de Nederlandse taal- en letterkunde in tijden van AI’.

Er wordt vaak aangenomen dat de snelle opkomst van artificiële intelligentie op termijn een bedreiging vormt voor bepaalde beroepsgroepen, omdat computers steeds meer taken kunnen overnemen. Neerlandici voelen zich daarbij al snel aangesproken: AI kan teksten schrijven, redigeren en vertalen, en begeeft zich daarmee op een terrein waarop taalprofessionals traditioneel sterk staan. Tegelijkertijd beperkt die ontwikkeling zich niet tot ons vakgebied. AI ontwerpt, programmeert, analyseert medische beelden en ondersteunt steeds vaker complexe besluitvorming. Waar artsen, programmeurs en andere professionals AI steeds meer omarmen als een waardevol hulpmiddel, kijken neerlandici wellicht nog wat vaker met scepsis naar deze technologie.

Met deze studiedag brengen we sprekers samen die AI inzetten in hun onderwijs, onderzoek of professionele praktijk als neerlandicus. Centraal staat de vraag: kan AI ons helpen om betere neerlandici te worden? De uitdaging voor de neerlandistiek ligt niet alleen in het kritisch benaderen van AI, maar ook in het verkennen van de mogelijkheden ervan. Daarbij verliezen we de maatschappelijke, ethische en ecologische vragen die het groeiende gebruik van AI oproept uiteraard niet uit het oog.

Voorgaande twee alinea’s zijn de door AI luchtiger verwoorde tekst van de oorspronkelijke aankondiging van de Maatschappij. Om een idee te geven. De aanwezigen maakten voorts kennis met begrippen als de Tech Panic Cycle en bakenleggers: deze wijzen de toepassing van AI niet af noch omarmen deze zonder voorbehoud, nee: ze zijn voorstanders van selectief toelaten.

Een krachtige metafoor in de AI context is de papegaai. Grappig genoeg wordt daarbij vaak gebruik gemaakt van een bontgekleurde soort, terwijl de grijze roodstaart de beste naprater is. Enkele Neerlandici veerden blij op toen ook het verband werd gelegd met de papegaai in het werk van Jacob Cats. AI-toepassingen houden in elk geval menselijke ongewenste twijfel buiten de deur, maar kunnen toch ook niet alles, zo leerden wij. Enjambement bijvoorbeeld: daar kan een commerciële chatbot niet mee omgaan. En zoals altijd is er bij de vragen tot slot wel iemand die het publiek aan het denken zet en zich hardop bij alle evident voelbare aarzeling afvraagt of de mens dan wél zo’n immer betrouwbare schrijver of zoekmachine is. 

Het was tijd voor de borrel.

Reacties

Populaire posts van deze blog

De lucht in tot besluit

Nop Maas (1949-2026)

Gemengde gevoelens in Zwolle