Af en toe organiseert het Nederlands Genootschap van Bibliofielen een kleinschalige excursie, om materiaal te bekijken bij een
verzamelaar thuis. De voornaamste charme daarvan is intimiteit. In
huiselijke kring worden boeken, prenten of andere objecten getoond aan een
tiental gelijkgestemden, meestal niet meer.
Deelnemers aan zo’n excursie staan er doorgaans met hun neus
bovenop. De eigenaar/verzamelaar vertelt zijn of haar persoonlijke verhalen,
met eigen associaties, herinneringen en accenten. Onweerstaanbaar is dat wat
wordt getoond vaak gewoon mag worden aangeraakt, bekeken, besnuffeld en
doorgebladerd. Een voorwaarde voor intense sensaties, waarbij alle zintuigen
worden gestimuleerd – om het woord erotisch maar niet te gebruiken.
Op vrijdag 10 april 2026 vond een dergelijke bijeenkomst
plaats bij een van de NGB-leden, in de provincie Zuid-Holland.
Wat getoond werd waren bibliofiel uitgevoerde boeken, vaak prachtig gebonden en
gedrukt in kleine oplagen. De verzamelaar had voor een schitterende selectie
gezorgd, die uitgekiend werd afgewerkt. Een volledig overzicht geven van het
tableau is ondoenlijk. We zagen drukken van
Cobden-Sandersen en de
AshendenePress, naast een product van Koekanger Handpers. De 19
de eeuw was
vertegenwoordigd door een zeldzaam en uitzonderlijk gaaf bewaard gebleven luxe
exemplaar van de derde druk van
Max Havelaar uit 1871. De speciale belangstelling van de verzamelaar voor 20
ste eeuwse
Nederlandse letterkunde bleek uit schitterende opdracht-exemplaren van onder
meer J.H. Leopold, A. Roland Holst en J. Slauerhoff.

En dan praten we nog niet eens over in perkament gebonden
of op perkament gedrukt werken, of stukken met een aansprekende provenance,
zoals de collectie van Baron Emile van der Borch van Verwolde. Tot de hoogtepunten behoorde een uitgave van de Haagse Statenhofpers: Over luiken uit 2019, geïnspireerd op een tekst van Rudy Kousbroek en verzorgd door Joost Veerkamp.
Het geheel was dermate ingenieus en complex van constructie, tot een miniatuur lantaarnpaal aan toe, dat de kopers er
destijds een heus onderhoudscontract bij kregen.
Of dit voor iedereen herkenbaar was is de vraag, maar
aansprekend toch was dat ook
het begin van deze uitbundige bibliofiele roeping op
tafel lag, namelijk een doodsimpel pocketboekje uit de
Bob Evers-serie van
Willy van der Heide:
Een dollarjacht in een D-trein. Wel weer heel
bijzonder was dat naast het pocketje ook het originele ontwerp te zien was van
het omslag van deze uitgave.
Meer dan tweehonderd jaar geleden stelde John Keats
al: A thing of beauty is a joy forever. Buiten bloeide overdadig de prunus,
over een week of zo is dat weer voorbij. Binnen genoten een paar toegewijde boekenliefhebbers van tijdloze, onvergankelijke topstukken in verbluffende conditie. De sfeer onder gelijkgestemden, met hun gedeelde interesses en enthousiasme, maakte deze
middag tot een bijzonder inspirerend boekgenoegelijk evenement.
Reacties
Een reactie posten